Gierle, Onze-Lieve-Vrouwekerk, 2026

Het instrument werd op ambachtelijke wijze gebouwd door de firma Jos Stevens uit Duffel in het jaar 1891 en bestond uit een twee manualig instrument met aangehangen pedaal. Het orgel werd in de nis aan de rechterzijde op de gaanderij geplaatst. De speeltafel vond een plaats in de onderkast.

Rond 1925 is het orgel uigebreid met een pedaal in de nis aan de linkerzijde op de gaanderij. Hierbij is de speeltafel verplaatst naar het midden van het gaanderij. De mechanische tractuur naar de beide manuaalwerken werd aangepast. De nieuwe pedaalwindlade ten behoeve van de Subbas 16’ en de Bombarde 16’ kreeg een pneumatische tractuur. Ook is toen een elektrische ventilator geplaatst zodat handmatig pompen niet meer hoefde.

Het originele orgel, in de rechter orgelkamer, is relatief goed bewaard gebleven, veel van het oorspronkelijke pijpwerk, windladen en de mechanische tractuur zijn nog aanwezig. Ook is de originele windvoorziening met een grote magazijnbalg met dubbele vouwen en daaronder twee schepbalgen nog aanwezig. Vanuit de magazijnbalg word de speelwind door houten windkanalen geleid naar de twee balgen nabij de windladen van het eerste en tweede manuaal.

Windvoorziening

De windvoorziening wordt gerestaureerd. Het leer is gescheurd, de kanalen aangetast door houtworm, verbindingen lekken en de windregulatie is kapot.

Kanalen

Kanalen worden geheel schoongemaakt om te worden behandeld tegen houtworm. Nieuwe verbindingen worden gemaakt en de kanalen weer afgeplakt met papier.

Balgen

Er zijn twee enkelvouw balgen met regulatie klep, voor elke manuaalwerk één. Het leer- en linnenwerk wordt geheel vernieuwd.

Hoofdbalg

De hoofdbalg heeft een dubbele vouw en schepbalgen. De hoofdbalg wordt geheel uit elkaar genomen en het leer- en linnenwerk wordt geheel vernieuwd. De schepbalgen worden gerepareerd en van nieuwe zwikkels voorzien.

Montage windvoorziening

De gerestaureerde windvoorziening wordt teruggeplaatst.